‘Ik ben een selfmade man’ KURT VILE


kurt-vileHet gebeurt niet vaak dat een artiest pas met zijn vierde album doorbreekt. Voor Kurt Vile een droomscenario, want de singer-songwriter uit Philadelphia weet nu – op 33-jarige leeftijd – wat hij echt wil. Het verhaal van een licht narcistische doordouwer, die met Wakin On A Pretty Daze een van de mooiste albums van dit voorjaar aflevert. ‘Iedere plaat is een stapje in de goede richting.’

Hij kan zich er nog steeds boos over maken. Mensen die denken dat hij is begonnen als tweede gitarist in de band War On Drugs en daarna gefrustreerd zijn eigen weg heeft gekozen. ‘Ach ja, op internet wordt de geschiedenis wel vaker herschreven’, klinkt het op cynische toon. ‘Kurt Vile and the Violators bestond toch echt eerder dan War On Drugs. Onze debuutplaat kwam zelfs een half jaar eerder uit, maar dat is iedereen allang weer vergeten.’ Het is een gevoelig punt voor Vile: de periode bij de band van frontman en goede vriend Adam Granduciel. Zeker omdat het indierock gezelschap al snel wordt opgepikt door de media en Viles album Constant Hitmaker geen potten breekt. ‘Adam kende toen al iedereen. Bij mijn shows was nooit iemand. Natuurlijk was ik jaloers. Ik wilde ook in die spotlight en niet avond aan avond de back-up guy zijn en hetzelfde riedeltje spelen. Herhalingsoefeningen zijn niets voor mij.’

KLANKBORD
Vile verlaat in 2008 War On Drugs en richt zich volledig op zijn solocarrière. Aanvankelijk zonder veel succes, want met het thuis in elkaar geknutselde God Is Saying This to You zet de langharige singer-songwriter zichzelf niet bepaald op de kaart. Pas als Vile gaat samenwerken met producer Jeff Zeigler komt er schot in de zaak. ‘Doordat ik op mezelf was aangewezen, kwam ik eigenlijk onvrijwillig in de lo-fi-scene terecht. Op zich ligt die hoek me wel, maar ik moest lang zoeken om mijn sound te vinden. In de praktijk betekende dat veel opnemen, dat rond laten gaan bij vrienden en vervolgens weer verbeteren. Daarbij bleek een klankbord dat het niet altijd met mij eens is, noodzakelijk. Jeff kwam in die periode echt als geroepen. Je kunt namelijk niet bij een groot label aankloppen met halfbakken materiaal.’

De aanpak van Vile heeft succes. Matador Records tekent de Amerikaan en brengt Childish Prodigy (2009) uit op hun label. Voor Vile een droom die uitkomt. ‘Matador werkt alleen met mensen die er zonder hen ook zouden komen. Ze geloven heel erg in het do it yourself-principe. Dat spreekt mij enorm aan. Je moet zelf de drive al hebben, denk ik. Een label is vooral een belangrijke tool om je muziek aan de man te brengen, maar de creativiteit en drang naar innovatie moeten toch echt vanuit de artiest zelf komen.’ Dankzij Childish Prodigy wordt Vile uitgenodigd om te toeren met bands als Dinosaur jr en Fucked Up. Het legt direct de achilleshiel van de singer-songwriter bloot. ‘Ik was absoluut geen goede performer. Nog steeds niet eigenlijk. Soms ben ik bloednerveus en op andere momenten ga ik zo op in de muziek, dat ik het contact met het publiek totaal verlies. Daar heb ik mee moeten leren leven. Vroeger was ik altijd ontevreden. Nu leg ik me erbij neer dat niet alle shows goed kunnen zijn.’

UIT DE COMFORTZONE
Toch blijkt vooral het optrekken met Dinosaur jr een heel belangrijke stap in de carrière van Vile. Via hen komt hij namelijk in contact met John Agnello, die een jaar later Smoke Ring For My Halo produceert. De plaat betekent zijn definitieve doorbraak. ‘John zorgde ervoor dat mijn songs meer richting pop gingen en dus ook voor de radio aantrekkelijk werden. Jesus Fever is daar een mooi voorbeeld van. Ik wil namelijk muziek maken waar je altijd naar kunt luisteren.’ Door het succes van Smoke Ring On My Halo verandert er veel voor Vile. Hij toert over de hele wereld en benut ieder vrij uurtje om te werken aan nieuwe nummers. Iets wat hij voordien nooit voor elkaar kreeg. ‘Ik moest echt leren om on the road te leren schrijven. Mijn gitaar gaat nu altijd mee, zelfs op vakanties. Als je uit je comfortzone stapt, gaat je mind helemaal open en ontstaan de mooiste artistieke creaties. Iedere plaat is wat dat betreft een stapje in de goede richting. ’

ADEMRUIMTE
Veel van deze hersenspinsels zijn te vinden op Wakin On A Pretty Daze, een heuse 33 toeren dubbelaar en alweer het vijfde album van Vile. Wat vooral opvalt is de lengte van de nummers. Opener Wakin On A Pretty Day duurt bijvoorbeeld al bijna tien minuten. ‘Ik wilde mezelf vooraf niet beperken’, legt Vile uit. ‘Als iets goed voelde, jamde ik het uit en keek ik daarna wel hoe ik het zou editen. Keeping it as raw as it can be, werd het thema. J Mascis doet dat ook altijd. Ruimte laten in de gitaarsolo’s om ademruimte te creëren. Het album moest hypnotiserend zijn, maar wel genoeg overgangen hebben zodat het niet saai wordt. Ik vond het daarnaast wel stoer om meerdere lange nummers te hebben op mijn plaat. Veel bands hebben er eentje, maar dat vind ik zo braaf.’

Met een nieuw album in de schappen en een flinke wereldtoer voor de boeg, ziet het leven er zoning uit voor Vile. ‘Ik ben heel gelukkig. Man, in 2001 was ik nog vorkheftruckbestuurder en nu reis ik rond de wereld om op te treden. Toch zie ik het niet als een gelukje dat het zo gelopen is. Ik ben een selfmade man op alle vlakken. Dat is misschien wel het geheim van dit succes. Ik ben narcistisch genoeg om muzikaal mijn zin door te drijven, maar ik denk ook aan mijn publiek. Ik moet er namelijk wel van kunnen leven, want ik ben 33 en heb een vrouw en twee dochters. Ondanks alle rock-’n-roll glamour gaat het echte leven ook gewoon door in huize Vile.’

John den Braber

Comments are closed.