‘De nieuwe Eminem? Ik ben de eerste Mac Miller!’ SNELLE OPKOMST VAN EEN RAPTALENT


Zijn debuutalbum belandde op nummer 1 in de Amerikaanse Billboard-lijst en hij moet dé blanke rapper van een nieuwe generatie worden. Nieuwe Revu nam een kijkje bij zijn stijf uitverkochte show in Amsterdam en sprak Mac Miller (20) over de Holocaust, Eminem (uiteraard) en zijn halfslachtige atheisme.

‘Don’t even know my schedule’, rapt Mac Miller tijdens English Lane, de openingstrack van zijn debuutalbum Blue Slide Park. ‘En dat is geen bullshit’, zegt de Amerikaan na afloop van zijn show in de Melkweg. Hij zit onderuitgezakt in de bank van zijn kleedkamer met zijn onafscheidelijke iPhone in de hand. De ogen, die eerder deze avond straalden, staan dof en de twinkeling is verdwenen. Juist die ene zin zegt veel over Miller. Hij is de ultieme showman, die zijn leven als zorgeloos tiener in de straten van Pittsburgh opofferde voor het grote doel: een wereldster worden. Een eindeloze herhalingsoefening, waarbij de lat voor elk concert en nieuwe mixtape hoger wordt gelegd. De jonge hiphopper kijkt dan ook niet vaak vooruit. ‘Het is voor mij te confronterend om daarmee bezig te zijn’, zegt hij gelaten. ‘Ik laat me leven door de mensen om mij heen, omdat het voor mij de enige manier is om dit vol te houden. Ik wil de realiteit niet zien, want dan raak ik depressief. Maar ik wil door, want muziek maken is alles voor mij. Ik kan trouwens niets anders. Echt niet.’

Macadelic
Eerder die avond. Tourmanager Rudy staat voor het raam van de backstage en wijst naar het volgepakte pleintje voor de Amsterdamse popzaal, waar honderden tieners drie uur voor aanvang van de eerste show van Miller al ongeduldig staan te wachten op het concert van hun held én stijlicoon. ‘Zie je hoe druk het al is? Zo’n gekkenhuis is het overal waar we komen. Hoe dat komt? Mac spreekt als geen ander de taal van die kids. Iedereen die daar nu staat is helemaal Macadelic. Het is een gevoel dat de hele groep deelt en samenbrengt.’ Een Mac Miller-fan pik je er volgens Rudy op straat dan ook zo uit. ‘Baseballcap met rechte klep, een ietwat wijd overhemd en een opvallende zonnebril. En dat maniertje van lopen, met een attitude van ‘wie kan mij wat maken?’. Dat is Macadelic.’

Miller, in 1992 geboren als Malcolm McCormick, rapt, schrijft, acteert, produceert en speelt piano, bas, gitaar en drums. Daarnaast is hij bijzonder productief, want de afgelopen vijf jaar bracht hij maar liefst acht mixtapes uit. Een fanatiek baasje dus, die net als zijn hiphopmaatje en collega ‘internetrapper’ Wiz Khalifa, precies weet wat zijn generatiegenoten wil horen, zien en vooral voelen. Let me be your drug, let me get you high, let me show you a new reality’, twittert Miller aan de vooravond van zijn concerten in Amsterdam. De Amerikaan heeft dan ook een flinke groep volgers, zowel letterlijk, als virtueel. Bijna tweeënhalf miljoen twitteraars zijn dagelijks op de hoogte van ieder broodje dat hij eet of regel tekst die hij schrijft. Miller maakt een foto als hij zijn zoveelste tattoo krijgt of totaal lam is na een fles absint. Iedere clip die hij online knalt, is binnen een paar uur goed voor een half miljoen views. Het zorgde ervoor dat Miller uitgroeide tot een van de populairste hiphopartiesten van de Verenigde Staten. Zijn debuut Blue Slide Park belandde zelfs op nummer 1 in de Billboard Top 200. Een prestatie die geen enkele independent rapper sinds 1995 voor elkaar kreeg.

Echte downplay
‘Mac Miller is meer dan alleen een rapper’, vertelt Chantal (19) uit het Brabantse Cuijk helemaal voorin de lange rij bij de ingang. ‘Hij geeft je dagelijks een kijkje in zijn leven via social media. Je ziet zijn creatieve proces, maar ook zijn tegenslagen en problemen. Hij is altijd eerlijk naar zijn fans en dat vind ik tof. Er is geen masker, Mac is gewoon altijd zoals hij echt is.’ Ook Lissenaar Stefan (20) kan niet wachten tot de deuren van de popzaal openen en hij een plekje vlak bij het podium kan bemachtigen. ‘Mac is een slimme jongen met veel talent. Hij is misschien niet de beste rapper van de planeet, maar hij neemt je wel mee op een soort trip. Je hebt het gevoel dat je als fan echt onderdeel van zijn leven bent.’

Een uur voor de show is er van Miller zelf nog geen spoor te bekennen. Terwijl de grote zaal van de Melkweg al volgepakt staat met zwetende Mac-fans, zit de rapper zelf nog wat te blowen in zijn tourbus, die pal naast het poppodium staat geparkeerd. Miller geeft twee optredens in Amsterdam, waar binnen no time geen kaartje meer voor was te krijgen. Volgens zijn Nederlandse boeker had Miller dan ook gemakkelijk de Heineken Music Hall kunnen uitverkopen, maar is er bewust voor een kleinere zaal gekozen. ‘Dit is echte downplay van zijn management. Creëer schaarste en de populariteit van de artiest groeit alleen maar. Dat snappen zij heel goed. Ik verwacht hem dan ook niet meer terug tot volgend jaar.’ Ondertussen loopt tourmanager Rudy gespannen heen en weer in afwachting van Miller, die ‘zich nu toch echt voor de show moet gaan omkleden’. De rest van Millers posse maakt zich vooral druk of er in de kleedkamer ook gerookt mag worden. ‘Natuurlijk; we zijn toch in Amsterdam’, zegt Clockwork, de vaste dj van Miller, terwijl hij een pakje Camel vol met joints rond laat gaan.

Babyface
Plots komt er een jongen met videocamera achterwaarts de trap in de backstage opgelopen. Er klikken fototoestellen en in het spoor van een waar mediateam sloft Miller naar boven. Hij is gekleed in een grijze sweater en de hoodie is bijna helemaal dichtgetrokken, waardoor alleen zijn gezicht te zien is. Miller is vrij klein, heeft een guitige babyface en een flinke lading dreigende tatoeages. Hij stelt zich verlegen voor aan wat mensen van het Nederlandse platenlabel en excuseert zich onmiddellijk: ‘I got to take a shit’. En weg is hij weer. Wanneer hij zich een kwartier later in de kleedkamer meldt, verandert Miller als een blad aan een boom. Hij pakt de setlist en neemt de regie over van zijn crew, die de show al tot in de puntjes heeft voorbereid. Dj Clockwork moet er om lachen. Hij staat al jaren bij Miller achter de draaitafels en kent zijn streken en twijfels door en door. ‘Mac wil tien minuten voor de show nog van alles wijzigen, omdat hij een perfectionist is. Let maar op; er gaan nog zeker vier nummers veranderen. Dat gebeurt iedere avond. Dat maakt het ook wel spannend. Ook voor de fans. Je weet met Mac nooit wat hij van plan is.’

Miller wil vanavond Onaroll doen, een track van zijn nieuwe EP Pink Slime die hij met Pharell Williams opnam. Zijn crew ziet het niet zo zitten, aangezien ze het nummer nog nooit eerder live deden en de tekst met zinnen als It’s nice with no rubber, she like when I fuck her like that misschien toch wat gewaagd is bij deze doelgroep. ‘Ah toe’, smeekt Miller met pretogen. ‘Ik ben zo benieuwd hoe de crowd hierop reageert. Zijn er vanavond veel mensen die Engels spreken? Mooi, dan doen we ‘em zeker.’ Miller is een slimme jongen, die precies weet wat hij doet. Hij provoceert graag, maar neemt nooit echt stelling. Miller rapt als zoon van een christelijke vader en een joodse moeder in het nummer PA Nights: Thinkin’ bout my people who was murdered in the Holocaust. Got me thankful just for life by itself. Volgens Miller zelf is zijn oorlogverwijzing echter eerder een metafoor, dan wijze levensles voor zijn generatiegenoten. ‘Het is niet zo dat ik iedere dag aan de Holocaust zit te denken hoor. Ik schrijf wat in me opkomt en mijn verleden of overtuigingen hebben daar niet zoveel mee te maken. Man, ik ben niet eens gelovig. Goed: er zal best wel iets zijn, maar ik ga me er niet aan wagen om daar een filosofie aan op te hangen.’

Ondanks dat Miller zich als atheïst presenteert, gaat hij tien minuten voor de show zijn groep wel voor in een gebed aan het opperwezen. Het hele team staat gebogen in een kring en de Heer wordt gedankt voor het behaalde succes en de mogelijkheden die zich iedere dag weer aandienen. Met een flinke schreeuw wordt het ritueel beëindigd en lijkt de show voor Miller al begonnen. Plots verandert die timide jongen in een stoere performer, die naar eigen zeggen ‘de boel af gaat breken’. De Amerikaan springt vlak voordat hij het podium opgaat een paar keer flink op en neer en wanneer hij het podium opstuift, gaat de volgestouwde zaal compleet los. Miller is de stoere badass, maar toont zich met persoonlijke anekdotes net zo makkelijk die kwetsbare, eenzame jongen. Net als bij Blood Red Shoes-zangeres Laura-Mary Carter zijn zowel jongens als meiden aangetrokken tot de rapper. Amsterdammer Robert (21) vindt Miller dan ook vooral aantrekkelijk: ‘Ik vind zijn muziek wel oké, maar Mac is voor mij vooral een lekkere vent.’

Who the fuck are you
Aan de bar staan meegereisde ouders met hun hoofd op de beat mee te knikken, als de rapper zijn publiek trakteert op een medley vol overleden collega’s. ‘Opdat we altijd respect hebben voor onze voorgangers’ , zegt Miller met gebogen hoofd nadat het publiek is uitgesprongen op Beastie Boys- en Tupac-fragmenten. Miller is voortdurend in verbinding met zijn fans. Als hij bij het begin van Frick Park Market roept: My name is Mac Miller, reageert de hele zaal zoals in de track: Who the fuck are you? En als vervolgens een couplet volledig wordt meegezongen, roept Miller enthousiast dat dit zo awesome is dat hij er na de show over gaat twitteren. ‘Ik volgde hem al voor ik zijn muziek kende’, zegt de zestienjarige Boudewijn uit Voorburg. Hij is hier met een groepje vrienden en roemt vooral de productiviteit van Miller. ‘Het is supervet dat hij zo veel mixtapes uitbrengt. Ieder half jaar is er wel iets nieuws te downloaden. Die afwisseling vind ik tof.’

Altijd doorgaan
Na anderhalf uur zit de show erop en volgt zijn eigen camerateam Miller weer de trap op richting de kleedkamers. ‘Na afloop van een show voel ik me vooral leeg, maar ook voldaan’, zegt hij met een flinke joint in de hoek van zijn mond. ‘Net als na seks eigenlijk. Je hebt iets bereikt, maar je bent ook moe en wilt het liefst zo snel mogelijk slapen.’ De complimenten vliegen Miller in de kleedkamer om de oren, maar hij lijkt zich er voor af te sluiten. Wanneer de brand in zijn tweede joint gaat, wil hij zijn eigen succes best verklaren. ‘Vroeger was ik een echte crazy motherfucker. Zo’n gast waar je op straat een blokje voor omloopt. Muziek en vooral het schijven van tracks heeft me een ander mens gemaakt. Ik werk keihard en zit dag en nacht in de studio. Moeilijke beslissingen aanvaarden en nemen hoort nu ook bij mijn leven. Daardoor ben ik op veel gebieden heel snel volwassen geworden. Mijn fans hebben die hele reis meegemaakt. Ik heb geen geheimen en dat maakt het voor hen heel tastbaar en visueel.’

Donald Trump, over wie Miller een nummer schreef, noemde hem in een interview de nieuwe Eminem. Inmiddels een hardnekkig stigma waar hij zelf niets mee heeft. ‘Het is een mooi compliment, maar ook een lege huls. Want wat betekent het nu precies? Is het omdat we allebei blank zijn? Weet je, als iemand mij met zo’n grote rapper vergelijkt, concludeer ik daar vooral uit dat ik heel groot kan worden. Maar ik ben niet de nieuwe Eminem, ik ben eerste Mac Miller.’ Deze zomer gaat Miller de Europese festivals af. Afgelopen week trad hij tijdens Rock Werchter op en 7 juli staat hij op het Deense Roskilde. ‘Ik leef echt van dag tot dag en dat probeer ik vol te houden. Zo simpel is mijn leven. Weet je, ik heb genoeg dromen voor de toekomst, maar probeer ze niet te geforceerd na te jagen. Ik denk er maar niet teveel over na. Het zal toch nooit genoeg zijn om te kunnen stoppen met wat ik doe en in geloof. Natuurlijk wil ik graag in een vol Madison Square Garden staan of een Grammy winnen, maar het zal nooit betekenen dat dan het ultieme bereikt is. Alle succes leidt altijd weer naar nieuwe kansen. Er is geen end of the road voor mij. Ik moet altijd doorgaan.’

John den Braber
Foto’s: Ilja Meefout

Laat een bericht achter