| jul 03 |
‘Een verhuurschuur waar publiek geld verspild wordt’ FUCK SUBSIDIE!
Marie-José (22) bestelt aan de bar een raket-ijsje. ‘Kost maar één muntje’, zegt ze lachend. Ze neemt een flinke hap en wiegt tegelijk met haar heupen op een vrij doffe beat die door de grote zaal van cultuurpodium Perron dwaalt. De Hoogvlietse komt hier bijna ieder weekend. Niet om een speciale reden, maar puur omdat ze de ‘sfeer zo relaxed vindt’. Perron draait – in tegenstelling tot veel andere cultuurpodia – volledig op eigen kracht. En dat is in een periode van kommer en kwel in deze sector vrij uniek. De club richt zich namelijk op een kleine, maar hondstrouwe niche-doelgroep: het underground danspubliek. En dat loont, want zonder een euro subsidie, draait de zaak sinds de opening in 2011 als een trein. Het verdienmodel van haar favoriete uitgaansplek zal de blonde Marie-José verder een zorg zijn. ‘Ik kom hier om te dansen en los te gaan. Het maakt mij geen zak uit wie het betaald. Zolang de raketjes maar niet duurder worden.’ Stampend vol Vanavond kunnen de ravefans hun hart ophalen in Perron, want met de Amerikaan Dustin Zahn komt er een uitstekende techno-dj naar de club. Rond een uur is het dan ook stampend vol in de zaak, die Zee iets meer dan een jaar geleden met zijn partner Aziz Yagoub begon. Jongens met donkere zonnebrillen en meiden in strakke spijkerbroeken en met kleurrijke sneakers vullen de dansvloer. Veel ogen zijn gesloten en lichamen reageren louter op de beats uit de speakers. ‘Goed programmeren is het allerbelangrijkst’, vertelt de 30-jarige Rotterdammer Yagoub zelfverzekerd over het succes van de club. ‘Mensen met verstand van de scene maken het verschil tussen een goede uitgaansgelegenheid en een verhuurschuur waar alleen maar publiek geld verspild wordt.’
Met geflopte initiatieven en faillissementen van onder meer Nighttown, Waterfront, Heidegger, WATT en Exit is het imago van de Rotterdamse uitgaansscene volgens Yagoub flink geschaad. ‘Ik zit nu al dertien jaar in de horeca en heb van al die subsidietrekkers, veruit de meesten zien verdwijnen. Gelukkig is de tendens nu aan het veranderen. En dat is maar goed ook. Ik ben ondernemer en heb geen tijd en zin om ellenlange subsidieverzoeken te schrijven of te sjoemelen met uurtje-factuurtje-werk.’ Yagoub doelt onder meer op het door de politiek geïnitieerde urban-podium De Nieuwe Oogst in de Maashaven, dat ondanks een subsidie van zeven ton al jaren zwaar verlies draait. ‘Er worden daar werkelijk miljoenen euro’s verbrand en de ambtenarij heeft geen benul wat er gaande is. Een progressieve popzaal die alleen de Top 40-acts Gers Pardoel en De Jeugd Van Tegenwoordig uitverkoopt, maar wel iedere werknemer een iPhone van de zaak geeft en bedrijfsuitjes naar Londen organiseert. Daarvan zakt echt mijn broek af. Maar zo is het in meer culturele non-profitorganisaties. Als een onafhankelijke onderzoekscommissie de integriteit van sommige instellingen zou toetsen, komen er heel veel lijken uit de kast, kan ik je verzekeren. Subsidie is vaak een ordinair witwasprogramma.’ Een leidinggevende medewerker van De Nieuwe Oogst, die niet bij naam genoemd wil worden, beaamt het verhaal van Yagoub. ‘Laat ik het zo zeggen: in al mijn jaren in de horeca is dit niet bepaald het beste bestuur dat ik ooit meemaakte. Er was vooraf vijftien miljoen uitgetrokken om het project op te starten. Twee jaar later was er nog niets ondernomen, maar al wel vier miljoen verdwenen, zonder dat iemand kon uitleggen waar dat geld precies was gebleven. Daarnaast is de locatie natuurlijk waardeloos. Niemand heeft zin om vanuit het centrum de brug naar Zuid over te komen voor concerten of dance-avonden, dat was al snel duidelijk. Vorig weekend hadden we een topact als AraabMuzik en daar komen dan honderd man op af. Dat zegt genoeg. De Nieuwe Oogst is echt een plan van gemeentelijke bestuurders dat tien jaar geleden op de tekentafel is ontstaan, maar waar niemand meer op zat te wachten of in geloofde. Jammer, want met een goede locatie en capabele directie had het best wat kunnen worden. Er wordt nu al langzaam afgebouwd. Het is alleen nog wachten op het faillissement.’ Dick Pakkert is eigenaar van Rotown en De Unie. Clubs die het, mede met de hulp van een flinke kluit subsidie, wél prima doen. Toch heeft de geboren Tukker namens een aantal poppodia een brandbrief naar de Rotterdamse cultuurwethouder Antoinette Laan gestuurd om aandacht te vragen voor de penibele situatie waarin een aantal clubs zich momenteel bevindt. De programmafolder van Rotown toont deze maand zelfs een rouwadvertentie vanwege het ‘overlijden’ van de Rotterdamse popsector. ‘Popmuziek wordt simpelweg niet als kunst gezien, dat is nu wel duidelijk. Poppodia kosten de overheid helemaal niet zoveel geld, omdat de meesten met de horeca-inkomsten zichzelf best goed kunnen bedruipen. Toch wordt op onze sector maar liefst zestig procent gekort. Theater en klassieke muziek hoeven bijvoorbeeld maar rond de twintig procent in te leveren. Dat kan toch niet?’
Geen idealist Het publiek dat in de North Sea Jazz Club rondhangt is divers. Marleen (25) gaat meestal naar Paradiso of De Balie, maar heeft zin in een nieuwe scene. ‘Ik vind de combinatie vooral erg leuk. Alleen een concertje kijken is ook maar wat. Ik vind het leuk om achteraf ook flink door te kunnen zakken aan de bar en dan wordt je er bij de meeste podia toch al snel uitgeveegd.’ Volgens Beumer is dit precies de formule die zijn club uniek maakt. ‘In Amsterdam heb je geen enkele zaak waar je op niveau kunt eten, een goede bar is én je topmuziek kunt luisteren. Noem het een New Yorkse jazzbeleving in een Amsterdams jasje.’
Ondanks de progressieve programmering van de North Sea Jazz Club kwam het bij Beumer niet eens op om subsidie aan te vragen. Volgens de 44-jarige ondernemer is een goed businessmodel veel belangrijker dan een waterdicht subsidieverzoek. ‘Er zijn hier in de stad maar een tiental instellingen die jarenlang hun subsidie weten te behouden. Dat is dus geen basis om mee te beginnen. Wij hebben daar dan ook geen enkele rekening mee gehouden. Wij mikken op drie vormen van inkomsten: het café-restaurant voor de toeloop uit de buurt, de bezoekers aan concerten en de verhuur van onze zaal als we zelf niets op het podium hebben staan.’ Beumer snapt dat veel clubs moeilijke tijden doormaken. Maar volgens de Amsterdammer is meer subsidie niet de oplossing. ‘Als je een model hanteert, wat uitgaat van een groot deel subsidie, maak je jezelf kwetsbaar. Zo’n btw-verhoging bijvoorbeeld, is dan direct killing. Maar ook dit is geen risicoloze onderneming. We zitten er met een aantal partners met flink wat centjes in. Ik heb vooraf heel goed nagedacht of ik iets kon toevoegen aan het cultureel landschap in Amsterdam en of dat winstgevend kon zijn. Ik ben natuurlijk geen idealist.’ Toffe setting John den Braber
Laat een bericht achter |



