‘Wij zijn absoluut geen entertainers’ THE BLACK KEYS


Vorig jaar brak The Black Keys plotseling door bij het grote publiek. De reden: het duo scoorde een radiohit. Volgens Dan Auerbach en Patrick Carney een ‘lucky shot’, die hun muzikale benadering niet heeft veranderd. Het tegendraadse El Camino is het overtuigende bewijs. 

Hij ligt languit op de bank. Het was zo te zien een lange en intensieve dag voor Black Keys-zanger Dan Auerbach. Hij houdt al niet zo van interviews en als dan ook nog eens de gehele verzamelde Nederlandse muziekpers hem op één dag wil spreken, wordt het voor de Amerikaan te veel. ‘Sorry, maar ik ben gewoon erg moe’, excuseert hij zich. ‘We praten nu al drie weken aan een stuk over ons nieuwe album. Of ik dat erg vind? Nee, zolang het over muziek gaat, is het best. Maar ik kan gewoon niet over mezelf praten. Dat haat ik, echt.’ De toon is direct gezet. Het leven van Auerbach (32) draait om muziek en alles wat daarmee te maken heeft. Zo beginnen zijn ogen te stralen als hij een plastic tasje tevoorschijn tovert met daarin een aantal elpees, die hij even daarvoor in een Amsterdamse platenwinkel heeft gescoord. ‘Ik ben echt een vinylliefhebber. Ik ga in iedere stad waar ik ben wel even opzoek naar obscure albums.’ Auerbach toont een exemplaar van nederbeatgroep Sandy Coast, die hij op aanraden van de winkeleigenaar kocht. ‘Ik hou van veel Nederlandse band. Cuby + Blizzards is zelfs een enorme inspiratiebron voor ons geweest. Onbekende muziek fascineert me. Het is de reden waarom ik ooit zelf ben gaan spelen. Improviseren en rare shit maken, verder niets.’

Grooven
Zijn collega Patrick Carney is inmiddels aangeschoven. Hij is het productionele brein van de band, al heeft Auerbach minstens evenveel invloed op de uiteindelijke sound. ‘Dat is wel het grote voordeel van een tweemans-band’, zegt de 31-jarige drummer lachend. ‘We hoeven niet veel meningen aan te horen. De enige waarvan we echt iets aannemen is Brian (Burton aka Danger Mouse, die hun laatste drie platen produceerde. red). Maar dan nog hebben we alle drie een evenredige stem in het geheel.’ Auerbach knikt: ‘Veel mensen denken dat hij verantwoordelijk is voor onze stijl, maar dat is onzin. Brian is eerder een vriend en een creatieve inspirator. Hij begrijpt ons gewoon heel goed. Daarnaast is zijn hiphopachtergrond echt een toegevoegde waarde voor ons geluid. Niemand kan een track zo laten grooven dan hij.’

Brothers was het zesde studioalbum van The Black Keys. Dat juist deze langspeler hun doorbraak betekende, kwam vooral dankzij Tighten Up. De single werd een commercieel succes en kreeg airplay op de radio, wat de Amerikanen een veel groter podium gaf. Auerbach en Carney, die zich al min of meer bij een rol als undergroundartiest hadden neergelegd, waren verbijsterd. ‘Zo simpel kan het dus zijn’, zegt Carney op cynische toon. Auerbach: ‘Everything just blew up. Het was bizar. En dat alleen maar omdat we een radiohitje hadden. Programma’s en zenders die ons nooit hadden zien staan, hingen aan de telefoon. We verkochten het drievoud aan kaarten voor onze shows en konden plots op ieder groot festival spelen.’Ondanks het succes, veranderde er voor het duo geen spat. Sterker nog: The Black Keys lijkt nu juist nog bewustere muzikale keuzes te maken. Auerbach: ‘Wij zijn nooit muzikant geworden om succesvol te zijn. We zijn ook absoluut geen entertainers, want de spotlight is niets voor ons. Onze ervaring zorgt er daarnaast voor dat we met beide benen op de grond blijven. Gelukkig maar, want anders kan het gruwelijk misgaan.’

Terug in de ring
De in Ohio geboren zanger doelt hiermee op talloze bands, die in het begin van hun carrière sneuvelden onder de druk van labels, maar vooral het publiek. ‘Wij hadden al een fanbase, dus we hoefden niet zo nodig groter te groeien. Het interesseert ons namelijk geen zak of we op de cover van magazines staan of tot de populairste bands van het jaar behoren. Op de voorkant van een magazine staan is sowieso the kiss of death voor beginnende bands. De druk neemt veel te snel toe, zodat de ontwikkeling stagneert en de groep uiteindelijk implodeert. Neem bands als Hot Hot Heat, The Darkness, Franz Ferdinand, The Datsuns en zelfs Wolfmother. Waar zijn ze nu? In het begin waren we best jaloers op die gasten, daar ben ik eerlijk in, want met succes is er ook meteen veel meer mogelijk. Maar nu ben ik blij dat wij in de eerste jaren rustig konden groeien.’

Wijze praat van Auerbach, maar toch smaakt succes – ook voor The Black Keys- blijkbaar naar meer. Anderhalf jaar na de release van Brother ligt opvolger El Camino namelijk al in de schappen. Volgens Carney vooral om in de flow van het creatieproces te blijven. ‘In de muziekscene worden goede intenties zelden beloond, dus pak je succes zoals het komt. Ik was bang dat we door het succes van Brothers te lang tegen een nieuw album aan zouden blijven hikken. We moesten snel terug in de ring. Net als een ambitieuze bokser, die net een wereldtitel heeft gewonnen. Die kan ook niet op zijn reet blijven zitten en tv gaan kijken. Zo snel mogelijk weg bij de hype-sfeer en hard werken. Mijn opa zei altijd: de enige beloning voor hardwerken is nog meer werk. Hij had gelijk.’

Piece of shit
Auerbach: ‘We zijn voor El Camino echt weer vanaf scratch begonnen. Geen teksten, demo’s of ritmeschema’s. Gewoon met gitaar en drums improviseren. Een beetje op de jazzmanier. Pas in een veel later stadium kregen de songs structuur en konden we wat schaven aan de stijl en arrangementen. Ik denk dat onze fans wel moeten wennen aan de plaat. We luisterden de afgelopen twee jaar veel naar bands als The Clash, T.Rex en The Cars. Daardoor is er in El Camino veel vaart gekomen. De meeste songs zijn uptempo, maar wel met de groove die Brothers zo sterk maakte. We voelen ons nu lekker bij wat meer fast pace nummers, zeker omdat we nu weer op tour gaan. We speelden live sowieso altijd sneller dan op de plaat.’ El Camino betekent in het Spaans ‘Het Pad’. Maar voor The Black Keys staat vooral het oude busje op de hoes symbool voor de inhoud van het album. Auerbach: ‘Het is de tourbus, waar we tien jaar lang mee door Amerika reisde. Letterlijk van stad naar stad om te spelen. Het is een piece of shit, maar wel vol mooie verhalen en het bracht ons toch iedere keer naar waar we moesten zijn. El Camino is een metafoor voor onze carrière geworden. Steady, but slowly en daar is niks mis mee.

De bus is inmiddels verkocht, want we hebben nu een iets luxere variant. Waarom we deze niet als souvenir gehouden hebben? Man, daar hebben we echt het geld niet voor. Dan moeten er toch nog echt wat meer hits bijkomen, haha.’ KADER: Auerbach als Carney zitten niet graag stil. Naast The Black Keys zijn beiden al jaren druk met andere muzikale projecten. Zo bracht Auerbach in 2009 een soloplaat uit en produceert hij regelmatig voor andere artiesten, zoals onlangs het prachtige debuutalbum van Jessica Lea Mayfield. Carney bracht in datzelfde jaar zelf ook een album uit met zijn band Drummer. Het duo is samen geestelijk vader van Blakroc, een project met een groep hiphopartiesten, waaronder Q-Tip, Mos Def en de leden van Wu-Tang Clan. Auerbach: ‘Dat was echt een mooie ervaring, maar het was eens en nooit weer. Patrick en ik wilden graag een hiphopplaat maken, maar gaan nu weer opzoek naar een andere uitdaging. Wat dat wordt? Nog geen idee. Voorlopig zijn we nog wel even druk met The Black Keys.’

John den Braber

Laat een bericht achter